Workshop

Verslag workshop "Kijken bij elkaar creëert kansen met elkaar"

Aanwezig: P. Derksen, (Beheerder dorpshuis Groessen), S. van Groningen (Bewoners belangenvertegenwoordiging A15 Groessen), A. Vermeulen (Dorpsraad Groessen), R. Boland (Dorpsraad Loo), S. den Hoedt (Dorpsraad Loo), J. Meijer (Dorpsraad Ooij), J. Haverkort (Gemeente Duiven), H. van Leur (Gemeente Zevenaar), J. de Nooij (Lindus), E. Otten (LTO), T. van Zadelhoff (LTO), P. van Heesewijk (Werkgroep A15 Zevenaar), D. Corresteijn (Werkgroep Leefklimaat Zevenaar), J. Verhagen (Werkgroep Leefklimaat Zevenaar), H. van Tilborg (H+N+S), T. de Weerd (H+N+S), M. van Meeteren (Plattelandshuis), W. Rozendaal (Plattelandshuis)
B. Elfrink (Wethouder gemeente Duiven, A. van Norel (Wethouder gemeente Zevenaar). Beiden aanwezig bij de start en afsluiting van de workshop.
Afwezig: L. Coenen (Stichting Landschapsbeheer Gelderland), J. ten Have (Recreatieschap Achterhoek en Liemers), J. Hetterschijt (Vereniging Streekbeheer Rijnstromen), R. Vink (Waterschap Rijn en IJssel)
Datum: 29 september 2007
Locatie: Dorpshuis Groessen
Tijd: 9.45 – 16.00 uur

Als onderdeel van de gebiedsvisie van de gemeenten Duiven en Zevenaar hebben H+N+S Landschapsarchitecten en Plattelandshuis Achterhoek & Liemers gezamenlijk op zaterdag 29 september 2007 een gebiedsexcursie met aansluitend een workshop georganiseerd. Voor deze dag zijn de vertegenwoordigers van partijen uitgenodigd, die ook hebben meegewerkt aan de diepte-interviews. Het doel van deze dag was het kenbaar maken van en uitwisselen van belangen en ideeën over de gewenste ontwikkelingen in het gebied. Wethouders van beide gemeenten Bas Elfrink en Anja van Norel hebben de dag geopend en kenbaar gemaakt dat zij als gemeenten veel waarden hechten aan de gebiedsvisie en de samenwerking met de partijen in het gebied.

Uitwisseling belangen, trots, zorgen, ideeën en suggesties

In het veld zijn de problematiek en de gewenste gebiedsontwikkelingen vanuit de verschillende belangen door de partijen zelf toegelicht. Alle aanwezigen hebben hun meningen op schrift kenbaar gemaakt. Per thema hieronder de belangrijkste bevindingen.

Sociale cohesie
Buurtschappen zijn belangrijk voor de sociale samenhang in het gebied. Doorsnijding en verdere versnippering van sociale structuren en landschapseenheden door de aanleg van weer een nieuw groot lijnvormig infrastructureel object, moet voorkomen worden. Buren die momenteel - bij wijze van spreken door de straat over te steken - een kopje koffie bij elkaar kunnen gaan drinken moeten dit na de eventuele aanleg van de A15 nog steeds kunnen. Bij de aanleg van de Betuwelijn is hier geen aandacht voor geweest.

Amfibieën
Naast de versnippering van sociale structuren is ook de versnippering en doorsnijding van natuurgebieden en ecologische verbindingen een thema dat aandacht behoeft. Ook hier is bij de aanleg van de Betuwelijn veel verkeerd gegaan. Denk hierbij aan de aanleg eco-pagaes onder de Betuwelijn die nog steeds niet goed functioneren omdat er water in de tunnels staan. Ter compensatie zou een zone ten zuiden van de Betuwelijn en de dijk kunnen worden ingericht voor de amfibieën, gecombineerd met een ecologische inpassing van de poelen als stapsteen.

Economische vitaliteit
Kleine kernen moeten hun landelijke, groene en dorpse karakter en sfeer behouden. Het agrarisch gebruik van het gehele gebied (ten noorden en ten zuiden van de spoorlijn Arnhem – Oberhausen) maakt hier deel van uit. De agrarische functie moet dan ook behouden blijven. In het zuidelijk deel moet de tuinbouwsector kansen krijgen door levensvatbare bedrijven te clusteren in een te ontwikkelen kassengebied. Voor het huidige tuinbouwgebied (rondom de Lijkweg) geldt dat de kleinschaligheid in stand gehouden moet worden. Ongeacht welke oplossing om met de A15 het Pannerdensch kanaal te kruisen gekozen wordt (tunnel of brug), moeten er mogelijkheden blijven en faciliteiten geboden worden om het Pannerdensch kanaal lopend, met de fiets of met landbouwvoertuigen over te kunnen steken. Momenteel zijn dit de veerponden, de angst bestaat dat deze na verloop van tijd uit de vaart genomen worden.

Verkeersafwikkeling
Over het wel of niet aanleggen van een aansluiting van de A15 op de Arnhemseweg en een verbreding van de Arnhemseweg zijn de meningen verdeeld. Voor iedereen is aandacht voor lokale en regionale ontsluiting wel belangrijk, zowel met als zonder een A15. Aspecten die hierbij van belang zijn, zijn onder andere sluipverkeer, bereikbaarheid, veiligheid en scheiding van verkeersstromen (lokaal/regionaal vs. (inter)nationaal). Afhankelijk van de aanleg van de A15 spelen bepaalde aspecten in meer of mindere mate.

Recreatie en uitloopmogelijkheden
Vanuit de kernen Duiven, Zevenaar en ook Groessen is het belangrijk dat er voldoende recreatieve uitloopmogelijkheden zijn. Dit betekent onder andere dat het open gebied tussen Duiven en Zevenaar toegankelijk moet zijn (voor wandelaars en fietsers) en dat de recreatieve waarde van het gebied vergroot zou kunnen worden. Het gaat hierbij niet om grootschalige recreatie maar juist om aantrekkelijk ommetjes door de landerijen zonder echte aanpassingen aan het landschap.

Bedrijventerreinen
Voor verdere verstedelijking van het gebied tussen Duiven en Zevenaar en compensatie met groene ontwikkelingen elders in de Liemers bestaat onvoldoende draagvlak. Getwijfeld wordt aan de behoefte aan woningbouw en bedrijventerreinen en getwijfeld wordt of deze ontwikkelingen gewenst zijn. Wel wordt door een aantal deelnemers de mening gedeeld dat de problematiek op regionaal niveau bekeken moeten worden om echt tot oplossingen te komen.

Proces
Bij de planvorming is het belangrijk de direct betrokkenen, de bewoners van het gebied, actief bij het planvormingsproces te betrekken. Het gaat om het luisteren naar hun belangen te luisteren en deze een plaats te geven in de uitwerking en uitvoering van plannen.

Eerste aanzet voor visie

In de middag is in twee kleine groepen met een evenredige verdeling van de belangen gewerkt aan het opstellen van een visie voor het gebied. Het ging hierbij duidelijk om een visie voor het gebied en niet over de inpassing van de snelweg. Het resultaat van de workshop mag er zijn. In beide groepen is hard en constructief samengewerkt aan een visie voor het gebied waarbij het merendeel van de belangen een plek hebben gekregen. Hieronder per groep de resultaten.

Groep 1

In de visie van de eerste groep is het open houden van het noordelijk deel van het gebied, het tussengebied gelegen tussen Zevenaar en Duiven van groot belang. Aan de beleving van het open landschap, ook te zien vanaf de snelweg, wordt grote waarde gehecht (in plaats van steeds maar weer die grote bedrijventerreinen: die heb je overal al langs de snelweg). De grootschalige landbouw wordt daarbij als kansrijke en wenselijke drager van dit landschap gezien. Voor het meer zuidelijker deel wordt ingezet op de realisatie van nieuwe, meer grootschaliger glastuinbouw met het oog op de toekomstwaarde van deze bedrijfstak. Deze ontwikkeling zou in een clustervorm plaats moeten vinden. Met kansen voor een goede bedrijfsvoering, ontsluiting en landschappelijke inpassing.

Met de komst van de A15 en de ontwikkeling van het gebied wordt het tegengaan van ongewenst sluipverkeer op de ruimtelijke agenda als belangrijk punt gezien. Daarbij hoort ook het verbeteren van de toegankelijkheid van het landschap voor langzaam verkeer. Het gaat hierbij niet alleen om het toevoegen van informele wandel-/fietsverbindingen: het wordt ook gewaardeerd om zo af en toe los van de autoinfrastructuur te kunnen fietsen – dit gaat dus ook over de kwaliteit en de belevingswaarden van routes voor langzaamverkeer. Een route kan ook dwars door een weiland of over een erf of kassencomplex gaan.
In de visie van de groep dient veel aandacht uit te gaan naar het aspect cultuurhistorie en het ontstaan van het landschap. Concreet wordt voorgesteld werk te maken van het herstel van oude kerkepaden, en ‘iets’ in de planvorming te doen met het gegeven van de oude havezates (als onderdeel van de routes) en de oude geulen in het gebied. Ook in de dorpen liggen er kansen om karakteristieke panden met historische waarden te herstellen, denk aan het klooster in Groessen.
Ook voor ecologie wordt in de visie van de groep aandacht ingeruimd. Gewezen wordt op het belang van goede verbindingen onder de Betuwelijn door voor kleine dieren waaronder amfibieën. Voorgesteld wordt de reststrook langs de Betuwelijn aan de zuidzijde in te richten voor natte natuur (gericht op amfibieën). In combinatie hiermee zouden de poelen kunnen worden versterkt door deze anders in te richten.
In vrijkomende agrarische gebouwen is plaats voor bedrijfsontwikkeling mits deze functie past bij het cultuurlandschap en bedrijvigheid gerelateerd aan de landschappelijke karakter. Op beperkte schaal is inpassing van wonen/bedrijven mogelijk in lintbebouwing mits dit past bij het landschappelijke karakter en de sociale structuur.

Groep 2

Ook de tweede groep pleit in haar visie voor het open houden van het noordelijk deel. Veel waarde wordt gehecht aan de diverse vergezichten die dit oplevert, waaronder het panorama richting het Veluwemassief. In potentie wordt dit gebied kansrijk geacht, ook door de vertegenwoordiger van de land- en tuinbouworganisatie (LTO) mits grootschalig en verbreed. Het betekent wellicht dat van de 4 boeren in het noordelijk gebied er uiteindelijk 2 a 3 over zullen blijven met toekomstwaarde. Daarbij wordt ingezet op verbreding van de landbouw: uit nevenactiviteiten op het gebied van landschapsbeheer en recreatie kunnen aanvullende inkomsten gegenereerd worden ten behoeve van succesvolle continuering van het boerenbedrijf.
De boeren worden uitdrukkelijk gezien als landschapsboeren, zij zijn de hoeders van het landschap. De agrarische bedrijven blijven het gezicht van het gebied tussen Duiven en Zevenaar bepalen.
De hoofdtint van het tussengebied blijft daarmee in de visie van de groep groen. Het gebied wordt als groen, hoofdzakelijk agrarisch landschap aangeduid: op de realisatie van omvangrijke woningbouw en bedrijventerreinen wordt uitdrukkelijk niet ingezet!
Wel wordt ingezet op het verbeteren van de toegankelijkheid van het landschap, waardoor het gebied als groen uitloopgebied kan gaan fungeren (bijvoorbeeld voor een ‘rondje met de hond’) in plaats van enkel als aantrekkelijk gebied om naar te kijken (vergezichten).
Voor het meer zuidelijk gebied op de oeverwal wordt voorgesteld de verouderde, kleine kassen uit te plaatsen naar een clusterlocatie aan de zuidzijde van de Betuwelijn. Enerzijds ontstaat hierdoor een plek waar deze vorm van landbouw (de tuinbouw) weer toekomstkansen heeft, anderzijds kan hierdoor een motor ontstaan voor verdere ontwikkeling van het lint van Groessen/Lijkweg. In de visie van de groep wordt voorgesteld de oude locaties te herontwikkelen voor kleinschalige woningbouw (‘glas voor rood’), plus eventueel ook specifieke vormen van ‘schone’ bedrijvigheid (bijvoorbeeld kantoor aan huis). De realisatie van bebouwing dient echter gepaard te gaan met landschapsontwikkeling, zoals de aanleg van een groensingel of boomgaard en een stukje landschapspad). Daarmee wordt dus ingezet op het verder ontwikkelen van het lint als hartlijn van het mozaïeklandschap (met lokaal programma en daarmee een lokaal karakter!) in combinatie met landschapsontwikkeling. De omgeving van Groessen wordt dus niet als openluchtmuseum, maar als levend landschap gezien waarin op zorgvuldige wijze best ruimte is voor ontwikkeling.

Aanbieding resultaten aan wethouders

Aan het einde van de middag zijn de visies van de groepen gepresenteerd aan de wethouders van Duiven & Zevenaar. Hieronder een samenvatting van hun reactie.

  1. Beide groepen hebben afzonderlijk van elkaar gewerkt aan de visie en toch is er een vergelijkbaar eenduidig beeld uitgekomen. In beide schetsen wordt het meest Noordelijk deel gezien als agrarisch gebied, het gebied tussen de Arnhemseweg en de spoorlijn Arnhem – Oberhausen als stedelijk uitloopgebied en voor het deel ten zuiden van de spoorlijn Arnhem – Oberhausen een ontwikkeling zodat een goed woon- en werkklimaat overeind blijft en toekomstperspectieven worden geboden voor de glastuinbouw.
  2. Duiven en Zevenaar worden in beide visies niet als twee afzonderlijke kernen en gemeenten gezien, maar juist als een geheel. Dit is een goede ontwikkeling naar de toekomst toe bij de verdere vormgeving van de visie en het uitvoering geven daaraan.
  3. Een model dat puur gericht is op bedrijvigheid zit er niet tussen. Dit was ook niet de verwachting aangezien dit geluid in het hele proces tot nu toe ook nog niet gehoord is.
  4. De wens om het noordelijk gebied open te houden is duidelijk, evenals de wens om aandacht en waardering te hebben voor de karakteristieken van het gebied. Zoals de schets gepresenteerd is, is deze ook goed verkoopbaar richting de Stadsregio Arnhem Nijmegen.
  5. De beide presentaties geven duidelijk aan dat het gebied niet ‘op slot’ moet. Om het gebied sterk te houden of nog verder te versterken is ontwikkeling nodig. De ontwikkelingen moeten volgens de groepen wel passen bij de identiteit van het gebied. Deze positieve meedenkende, meewerkende houding is waardevol.
  6. Samen met de betrokken gemeenten zal de Stadsregio een intergemeentelijke gebiedsuitwerking uitvoeren. Deze is gericht op landschappelijke versterking in combinatie met andere functies, zoals begrenzing waterberging, extensieve recreatie en VAB-beleid. Juist voor dit gebied zijn deze aspecten van groot belang.
  7. Uit beide visies komen voldoende ideeën die, los van de komst van de snelweg, kunnen worden opgepakt. Als onderdeel van de agenda van het platteland zouden deze ideeën tot uitvoering kunnen komen.

Een aantal zaken zijn uitdrukkelijk meegegeven aan de wethouders:

  1. Hoewel de workshop niet het moment is om aan te geven welke tracévarianten de voorkeur hebben en volgens de deelnemers serieus in studie genomen moeten worden, wordt toch van de gelegenheid gebruik gemaakt hier iets over te zeggen. De aansluiting van de A15 op de A18 bij knooppunt Oud-dijk moet nog steeds een serieuze optie zijn en daarom in studie genomen moeten worden bij de MER.
  2. De gepresenteerde visies zijn een overzicht van de grootste gemeenschappelijke deler uit de discussie van de middag. Er is echter ook een andere visie besproken die niet voldoende draagvlak had in de groep. Deze wordt toch, met deze kanttekening, kenbaar gemaakt bij de wethouders.
    Het opstellen van een visie is meer zinvol wanneer een groter gebied bekeken wordt. Bijvoorbeeld de gehele Liemers. Binnen een dergelijke grotere geografische regio kunnen dan de deelgebieden ontwikkeld worden, ieder naar hun eigen kwaliteiten. Dit zou heel goed kunnen betekenen dat het gebied tussen Duiven en Zevenaar verstedelijkt (met een mix van wonen en werken) en Duiven – Zevenaar een gemeente wordt (of een gemeente de Liemers zelfs). Op een andere plaats in de Liemers zou dan meer in groen en stedelijke uitloop geïnvesteerd kunnen worden.
  3. Ondanks de goede bedoelingen van beide gemeenten en een visie die mogelijk een groene ontwikkeling tussen de kernen Duiven en Zevenaar en rondom de kernen Groessen, Loo en Ooij voorstaat is er angst voor verstedelijking.